maandag 8 februari 2010
KORFBAL
Zaterdag 13 februari hebben wij een kampioenswedstrijd!
Van 10:00 tot 11:00 s'ochtends in sporthal de buitenhof in delft.
We moeten gelijk spelen of winnen om kampioen te worden.
Kom je ook kijken?
P.S.: Ik hoor bij exelsior.
maandag 18 januari 2010
De giraffe
De giraffe vroeg aan de muis: Zal ik ver weg in de toekomst kijken?
Kan jij dat dan? Vroeg de muis.
Ja. Zei de giraffe. vanaf hier kan ik zo de toekomst zien hoor.
oké. Zei de muis.
De giraffe zei kijkent: Ik zie dat je later kampioen ruiken word.
Hoe kan dat ik kan helemaal niet zo goed ruiken!
Ja, ik zie het heel duidelijk. zei de giraffe.
Een maand later werd de muis kampioen ruiken.
Giraffe je had gelijk!
Misschien word je wel kampioen toekomst kijken!
Een week later werd de giraffe kampioen toekomst kijken.
Zie je wel ik kan ook een beetje toekomst kijken! Zei de muis.
zondag 10 januari 2010
De olifant.
De olifant verveelde zich.
Hij had niks te doen.
Dat ging een jaar lang door.
Voor zijn verjaardag had hij anti-verveel tips gevraagd.
Op zijn verjaardag kreeg hij cadeautjes.
Van de aap kreeg hij een tip om lekker te slingeren aan takken.
Van de dolfijn kreeg hij een tip om lekker te zwemmen.
Van het paard kreeg hij een tip om lekker te huppelen.
En nog veel meer.
Sins die dag verveelde de olifant zich nooit meer.
dinsdag 22 december 2009
Sneeuwpopje.
maandag 21 december 2009
Rotseiland
Er was eens een eiland. Dat eiland heette Rotseiland. Als je op het eiland kwam, zag je eerst een groen landschap met rotsen en planten. Als je een tijdje verder liep kwam je in een stadje. Een stadje met allemaal mooie, hoge gebouwen. Het eilandje ligt midden in de zee. Daarom is niemand er ooit gekomen. Op dat eiland woonde hele rare wezentjes. Die wezentjes zijn groen.
Wat ook heel raar was, is dat ze maar 1 oog hebben. Ze hebben geen mond maar een hele grote neus. Ze eten daarom ook door hun neus! Ze eten gemalen gras.
zaterdag 12 december 2009
De muis.
Er was eens een muis.
Die muis was heel sterk.
Hij kon zelfs een olifant op tillen!
Op een dag kwam er een paard aangehuppeld.
Het paard probeerde hem plat te stampen.
Toen hij dacht dat hij hem had, voelde hij dat hij een klein stukje omhoog ging!
Toen keek hij omlaag.
Hij zag dat de muis hem had opgetild!
Vanaf die dag was de muis beroemd over alle dieren!
vrijdag 27 november 2009
de reus en zijn draak 1.
Er was eens een reus. Die reus woonde in een heel oud, verlaten hutje. Op een dag ging hij naar de dierenwinkel. Hij kocht daar een draak en 3 kabouters. De volgende dag kreeg hij een brief.
in de brief stond :
Kom morgen om 9 uur bij het grote plein.
Er stond geen afzender op, maar de reus was zo blij dat hem dat niet uit maakte. De volgende ochtend om 9 uur ging de reus naar het grote plein.
Er was niemand.
Toen kwam er opeens een heks aan vliegen. De heks zei: Zo reusje je bent in de val gelopen! Mijn vrienden zijn op weg naar jou huis om jou draak en je kabouters te stelen. Wij zullen iedereen uit fantasieland gevangen nemen en de baas worden!!!!!!
Toen kwam opeens de draak aan vliegen en pakte de reus met zijn klauwen mee. Ze hoorde nog net de heks zeggen tegen de anderen heksen: Waarom hebben jullie die draak losgelaten!!!!!!!!
Toen vroeg de reus: Waar gaan we naar toe? Naar heksen-eiland. Zei de draak. En daarvoor moeten we eerst over trollen-eiland. Ze hadden een heel handig boekje bij zich en daar stond iets in over trollen in:
Je kan slechte trollen herkennen aan hun rode ogen.
Goede trollen kun je herkennen aan hun groene ogen.
Als trollen boos zijn gaan hun ogen knipperen.
Op trollen-eiland woond maar één goede trol.
Trollen zijn heel erg goed in pijl en boog schieten.
De gemiddelde lengte van een trol is 1 meter.
Ze vlogen naar trollen-eiland en vlak voor ze er waren stortten ze neer. De draak had een gebroken vleugel! Snel gingen ze op zoek naar de goede trol. Het duurde uren maar toen...
kwamen de trollen op hun af!!!
Gelukkig kwam toen de goede trol aan vliegen op zijn roofvogel. De roofvogel pakte hun op met zijn klouwen maar een draak is veel groter. Het was zwaar maar het lukte.
Toen ze bij het huis van de goede trol waren zei de goede trol:
Wik wheet Whelma. Wmijn wtaal wis wmet waltijd ween ww wervoor (Vertaling: ik heet Helma. Mijn taal is met altijd een w ervoor). Wwat wis wer wmet wjouw wdraak wgebeurd??!!
Hij heeft een gebroken vleugel.
Wik wga whem wbetermaken. Wjij wmoet wnaar wheksen-weiland. Win wde wzee wligt ween wonderzeeer. Wgebruik wdie wom wop wheksen weiland wte wkomen.
De reus ging naar heksen-eiland. Gelukkig deze keer niets aan de onderzeeer. Hij was op heksen-eiland. Hij zag de kabouters. Het ging niet zo goed met hun. Ze hingen aan een paal. De reus rende er op af. Hij maakte ze los. Hij wou een stap zetten maar voordat dat kon, ging er een alarm af. De heksen kwamen allemaal op hem af.
Maar op dat moment kwam Helma aan vliegen op zijn roofvogel. Naast hem vloog zijn draak die hem oppakte en meenam. De trol gaf hem, zijn draak en zijn kabouters een drankje. Hij zei dat ze het op moesten drinken. Toen waren ze ineens weer thuis. Toen zag de reus bij de post een reis liggen! Maar dat kon pas weer over een tijdje.
zondag 6 september 2009
de Draak.
Op de verjaardag van de aap kwamen weinig dieren.
Alleen de olifant, de muis en de panda kwamen.
De aap ging met de anderen een klimparadijs maken.
Toen aten ze bananentaart.
Toen gingen ze nog even klimmen in het klimparadijs.
En vlak voor ze weer naar huis gingen deden ze de kadautjes.
De olifant gaf een bananenservies, de panda een mixer om bananenpap te maken.
Toen de muis aan de beurt was, kwam hij aansjouwen met een dik boek.
De aap keek naar het boek.
Het was geen boek over bananen, maar over draken.
De aap las het boek.
In de stad Draini woont een draak.
Die Draak woont op een verlaten grasveld.
Het gras is heel hoog, daarom kan je de grot van de draak niet goed zien.
De grot staat in het midden van het grasveld.
De draak spuuwt vuur, en heeft scherpe punten op zijn rug.
De poes is naar de grot geweest en niet meer terug gekomen.
De aap zei : daar moeten we heen!
Ja, zei de muis.
Ja, zei de olifant.
Jjja stotterde de panda.
Oké, morgen vertrekken we.
Want het is avond, zei de aap.
Ze gingen slapen.
De volgende morgen kwamen de muis, de olifant en de panda naar de aap.
De aap zei : Gisteren kwamen de uil, het hert en de eekhoorn nog een kadautje brengen.
Er lag een boot in de vorm van een banaan met peddels in de vorm van een banaan.
Aan het einde van de rivier is Draini.
Ze stapte in de boot en de boot dreef weg.
Ze vielen alle vier in slaap.
Toen ze waker werden dreven ze op een meer.
Ze legde de boot vast en stapte uit.
Na een uurtje zoeken zei de muis: Kijk daar!
Heel hoog gras!
Ze liepen het hoge gras in.
Na een half uurtje vroeg de olifant: waar zijn we?
Ik weet het niet zei de panda.
Ik ook niet zei de muis.
We moeten op elkaar klimmen.
Dan zien we waar we zijn!
De aap klom op de olifant en de panda klom op de aap en de muis klom op de panda.
Toen zei de muis nog even doorlopen en dan zijn we er!
Ze liepen verder en kwamen bij een stenen muur.
Ze zagen een ingang en gingen naar binnen.
Het was heel heet en ze zagen een rivier van vuur.
Ze liepen verder en ze zagen hele grote stinkvoeten.
Ze keken omhoog en zagen een kop zo groot als een huis met 10 verdiepingen.
Ze stekels waren scherper dan het scherpste mes ter wereld.
Zijn staart was wel 1000 meter lang!
De Draak zei: Ik heb honger.
Ik heb rugpijn en kan dus niet naar het gras om gras te halen.
Julie halen voor mij gras heel veel gras.
Anders eet ik jullie op!
Ze haalde snel gras en nog meer.
Ze liepen alle vier wel 10 keer op en neer.
Toen de Draak uit gegeten was stopte hij ze in een kooi.
Hij liep even weg en kwam terug met vier hele grote dozen.
Er stond in elke doos hetzelfde: een bed een tafel met een stoeltje en een openhaard.
De Draak zette ieder in een doos en zei: Jullie kunnen hier blijven.
hij spuwde in elk openhaardje een beetje vuur.
De volgende morgen zei de Draak: Ik ga even naar buiten als ik terug kom staat er een hoop gras.
De vier dieren haalde een hoop gras en de Draak was er nog niet.
ze gingen verder de grot verkennen om de poes te vinden.
Ze zagen een Y-splitsing.
De olifant en de muis gingen de ene kant op en de aap en de panda gingen de andere kant op.
Bij allebei de wegen kwam weer een Y splitsing en nu liep iedereen alleen.
De muis en de aap kwamen elkaar tegen.
Die twee wegen waren dus doodlopend.
De aap ontdekte dat hij alleen maar rondjes liep.
De olifant kwam bij een huilende poes.
De olifant Vroeg: Wat is er?
De poes antwoorde: Ik ben verdwaald!
De olifant liep terug en de poes liep mee.
Ze lieten een briefje achter en verlieten de grot.
zondag 21 juni 2009
Muggenbultentijd.
Van 10 voor 24 tot 10 voor 1.
Is het muggenbultentijd.
Dan gaan alle muggen steken en alle muggenbulten kriebelen.
Toen werd de muis wakker.
Hij had overal kriebel, en zag buiten een tros muggen.
Hij sloop naar de deur waar de muggen vandaan kwamen.
Maar... ze hadden hem gezien.
De muis rende naar de deur en ging er door.
Toen hij de deur net dicht deed, kwam er de koningmug op hem af vliegen.
Hij zette een bakje met lauw water neer en de koningmug kwam daar op af.
Toen zag hij een kaart aan de andere kant van de kamer.
Hij pakte de kaart en keek wat er in de volgende kamer was.
Hij liep naar binnen en zag een rij met bijen.
Hij zette een vaas met bloemen neer en de bijen kwamen er op af.
Toen zag hij de koningbij en zetten speciaal voor hem een vaas met rozen neer.
Toen kwamen de bijen en zoemde: zet eens een potje neer, dan zullen wij hem vullen met honing!
Toen het potje gevuld was, liep hij naar de volgende deur.
Toen zag hij een rat.
De rat zei: O, ik heb zo'n honger als je iets te eten hebt mag je door.
De muis zette de honing neer en de rat at het op.
Toen zei hij: Mmmmmmm dat was lekker je mag door.
De muis zag heel veel dozen.
Hij pakte een doos en maakten hem open.
Hij zag allemaal drankjes tegen muggenbulten.
Op de drankjes stond: Muggenbulten kriebelen niet meer en muggen steken niet meer.
De rat zei: Je mag er zo veel dozen meenemen als je wilt.
De muis nam 10 dozen mee en ging door de uitgang.
Hij stond opeens weer in zijn huis!
De volgende ochtend stonden al zijn vrienden voor de deur.
Ze vroegen allemaal of ze een drankje mochten.
De muis deelde ze uit en ze maakten met z'n allen een feestje.
woensdag 27 mei 2009
Fantasieland. 1
De haas werd middernacht wakker.
Hij kon niet slapen.
Hij wou zo graag naar een ander land.
In de ochtend om 6 uur klopte hij bij het konijn aan, zijn beste vriend.
Toen het konijn open deed, zag de haas dat het konijn zijn pyjama nog aan had en heel slaperig keek.
Wat is er? Vroeg het konijn.
Ik kan niet slapen omdat ik zo graag naar een ander land wil. Zei de haas.
En nu vraag ik aan jou of jij weet hoe je in een ander land moet komen?
Ik weet het niet, maar het staat vast wel in een van mijn boeken.
Kom maar binnen.
De haas liep naar binnen en ging aan tafel zitten.
Het konijn legde net een krat met boeken op tafel.
Als je nog meer boeken wil kan je ze daar vinden.
En het konijn wees naar een grote kast die bomvol met boeken stond.
Maar ik ga nog even slapen en kom zometeen wel even kijken.
Zei het konijn.
Na 1uur kwam het konijn kijken.
De haas was net klaar met het krat.
Zal ik je helpen? Vroeg het konijn.
Ja graag. Zei de haas.
Na 3 uur hadden ze samen 6 planken doorgezocht.
Tot de haas ineens riep: Ik heb het!
Hij ging aan tafel zitten en keek in het boek.
Aha. "Hoe je er moet komen."
Er stond:
Sluit je ogen.
En zorg dat je op een warm en knus plekje bent.(Bijvoorbeeld: Je Bed.)
Concentreer je en wacht tot je in slaap valt.
Doe je ogen weer open en als het allemaal goed is gegaan, ben je in Fantasieland aan gekomen!
Als dat niet zo is drink dan slaapthee en volg de regels dan opnieuw.
Toen het avond was deed de haas wat hij gelezen had.
En...Het lukte!
Hij was in Fantasieland!
Abonneren op:
Posts (Atom)
