woensdag 1 september 2010
Het schaap
Er was eens een schaap.
Hij leefde in een groep.
Op een dag kwam er een mens.
Hij nam het beste vriendje mee.
Het schaap was heel verdrietig.
Iedere dag kwam er weer een man.
En elke keer nam hij een schaap mee.
De groep werd steeds kleiner.
Uiteindelijk had het schaap geen vrienden meer.
Op een dag kwam de man weer en nam het schaap mee.
Hij werd in een rijdende, dichte kooi gezet (auto).
Het wiebelde heel erg en soms stopte hij en ging weer door(stoplicht).
Toen stopte de auto weer en het schaap was in slaap gevallen.
De deuren gingen open en er kwam heel veel licht in.
Het slapende schaap werd opgetild en ergens heen gedragen.
Het voelde lekker aan als gras.
Toen hij wakker werd waren de man en de auto er niet meer.
Hij lag in het gras en zag zijn vriendjes spelen.
Om het grasvelt stond een hek.
Aan de rand van het hek stond een grote bak met allemaal lekkers.
Hij liep naar zijn vriendjes toe om te spelen.
Een tijdje later was de hele groep weer bij elkaar.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten